Vikingen

Heb je tips voor deze pagina gebruik dan het contactformulier.

Vikingen in Noorwegen.

De Vikingen leefden van 800 tot 1100. De Vikingen kwamen uit Scandinavië dat bestond uit Noorwegen, Zweden en Denemarken. Het oud-noorse woord vikingr betekend piraat. Daarom en door verhalen denken de mensen dat Vikingen woeste rovers waren. Dit is niet helemaal waar. Vikingen waren ook ontdekkingsreizigers, kolonisten, ambachtslieden, handelaars scheepsbouwers en natuurlijk ook rovers en plunderaars. Ze hadden eerlijke wetten en hadden een gekozen bestuur.

VIKINGEN ALS VEROVERAARS, KOLONISTEN EN ONTDEKKINGSREIZIGERS.

Het geboorteland van de Vikingen was vrij woest. Sommige delen waren zelfs onbewoonbaar. In Noorwegen leefden ze alleen langs de kuststrook en fjorden. Zweden bestond vooral uit bossen en meren. Alleen Denemarken had vruchtbare grond. Landbouw en veeteelt waren het belangrijkst. Toen de bevolking toenam was er minder voedsel voor iedereen en dus gingen de Vikingen in de 9de eeuw op zoek naar land. Hier plunderden ze vooral kerken en kloosters en namen mensen gevangen die ze als slaaf gebruikten of verkochten. Later gingen ze ook in bepaalde gebieden wonen.

Enkele belangrijke jaargetallen:

  • 793: Eerste plundertocht van de Vikingen in Engeland.
  • 874: De eerste Vikingen gaan wonen op IJsland.
  • 889: Een Deense Viking krijgt macht in Kennemerland en een deel van Egmond. Dit wordt Holtland genoemd: Holland dus.
  • 911: Er wordt na een flink aantal plundertochten een vredesverdrag gesloten met de Koning van Frankrijk. De Vikingen krijgen een gebied dat Normandië genoemd wordt. ( de Noormannen).
  • 980: Groenland wordt ontdekt. Vikingen uit IJsland gaan hier wonen.
  • 1000: Vinland (Amerika) wordt door de Vikingen verkent. (New-foundland).
  • 1066: Hertog Willem van Normandië verslaat de Vikingen in Engeland. Dit betekent het einde van het Viking-tijdperk.
  • Ook in Schotland en in Ierland vestigen Vikingen zich en varen ze via de Russische rivieren tot de Zwarte zee en Istanbul.

VIKINGEN; DE SCHEEPSBOUWERS.

Al deze tochten konden ze nooit maken zonder goede schepen. Dit was iets waar ze trots op konden zijn. De Vikingen waren de beste scheepsbouwers van Europa. Ze hadden niet alleen roeispanen maar ook zeilen, iets wat nog nooit eerder gezien was in Europa. De boeg van het schip was vaak versierd met een drakenkop: Drakenschip. Door deze kop en door de zeilen dachten mensen vaak dat het een zeemonster was. De kop van de draak, de zeilen als vleugels en de roeispanen waren poten. De schepen waren lang en smal en lagen niet diep in het water. Zo konden ze ook in ondiep water varen en konden ze tijdens rooftochten hun schip snel en makkelijk op de wal trekken. De Vikingen hadden een speciale bouwtechniek. Doordat de planken wigvormig waren en over elkaar heen vielen waren de schepen enigszins buigzaam zodat ze tijdens een zware storm tegen een stootje konden. De naden werden dichtgemaakt met dierenharen en pek. De slaven die ze gevangen hadden genomen op hun strooptochten moesten vaak roeien. Doordat de schepen zo ondiep lagen en sterk waren konden de Vikingen verder komen dan andere Europeanen ooit waren geweest. Ze drongen diep door in Rusland en maakten ze zelfs handelsroutes naar China en Perzië.

DE VIKINGEN ALS HANDELAARS.

Vanaf 800 gingen de Vikingen met het buitenland handelen. Er werd vooral in luxe goederen gehandeld zoals wijnen uit Frankrijk en Duitsland en zijde, zilver en munten uit het Oosten die ze ruilden tegen walrustanden, pelsen, ijzeren gebruiksvoorwerpen en slaven. In het begin van de 9de eeuw kwamen er ook markten waar ambachtslieden hun spullen verkochten. Ook waren er Vikingen die hun buitgemaakte spul daar verkochten. Veel handelaren gingen diep Rusland in en werden daar Rus genoemd. Ze stichtten enkele steden waardoor er ook in Rusland handel gevoerd kon worden.Vikingen gingen zelfs naar de Zwarte zee en Constantinopel, dit is wel 2000 km. van Scandinavië af.

Enkele belangrijke handelsplaatsen:

  • Birka (Zweden) : hier werd voornamelijk gehandeld in goederen uit het Oosten.
  • Ribe (Jutland) : hier handelde men in vee naar Duitsland.
  • Hedeby (Jutland) : dit was de grootste stad van Scandinavië. Hier leefden veel handelaren uit de hele wereld en veel ambachtslieden.
  • Kaupung (Noorwegen) : handel in boerenproducten.
  • Paviken (Gotland) : handel in scheepsbouw.

VIKINGEN ALS AMBACHTSLIEDEN.

Vikingen waren zeer goed in het maken van wapens, sieraden en werktuigen. Ze waren vaak versierd met afbeeldingen van Goden en dieren (draak). De meeste ambachtslieden woonden in Hedeby waar ze hun waren op de markt verkochten. Sommige trokken door het land om hun spullen te verkopen.Met name de smid en de timmerman trokken door het hele land om bij boerderijen allerlei dingen te herstellen. Metaalbewerking was een specialiteit van de Vikingen. Uit opgravingen blijkt dat de smeden toen vrijwel dezelfde werktuigen gebruikten als in de 19de eeuw. Ook houtsnijwerk was erg populair, vandaar veel en mooi houtsnijwerk op wagens, sleden, schepen en huizen.

HET DAGELIJKSE LEVEN VAN DE VIKINGEN.

Vikingen woonden vooral op boerderijen die ook wel Langhuizen worden genoemd. Dit door hun lange vorm. De huizen hadden een grote kamer waar ze woonden en sliepen. Middenin de kamer was een groot vuur waar boven gekookt werd. Dit gaf tevens warmte en licht. De huizen hadden geen ramen, alleen een gat in het dak voor de rook. De huizen werden gemaakt van hout en/of turf. De daken werden bedekt met riet, stro of turf. Er konden soms wel drie gezinnen in een huis wonen. Mannen en jongens werkten vaak op het land terwijl de vrouwen en meisjes voor de huishouding zorgden: bakken van brood, maken en wassen van kleding en spinnen. In de winter werden er veel spelletjes gespeeld. Ze kenden al bordspelen, er werd geworsteld, geschaatst, en er werden veel verhalen verteld die vooral over Goden en plundertochten gingen. Kinderen hadden houten speelgoed zoals zwaarden, bootjes, dieren en tollen.

Vikingen geloofden in Goden.

De hoofdgod is Odin. Zijn zoon Thor was de meest geliefde god. Hij was de god van de donder en beschermer van alle goden. De standbeelden van de goden stonden in tempels. Voor een standbeeld lag een platte steen: het altaar. Om een god te eren werd er bloed van een mannetjesdier op de steen gedruppeld. Later at men gezamenlijk dat dier op. Tijdens verre reizen kwamen de Vikingen in aanraking met het Christendom. Hun eigen goden werden minder belangrijk en ze gaan over tot het Christendom. De tempels worden verbouwd tot kerken.

Omdat Vikingen niet oud werden trouwden ze al op jonge leeftijd: zo rond hun 16de jaar. Mannen werden vaak niet ouder dan veertig en vrouwen stierven vaal al voor hun dertigste jaar. Dit door ziekten, oorlog en geweld. Er werd niet uit liefde getrouwd maar men keek of de ander van dezelfde stand was. De man moest betalen voor zijn vrouw. Ook de vrouw kreeg geld mee, dit bleef echter altijd van haar. Het huwelijk was een groot feest wat soms wel weken duurde, na de bruiloft trok het stel vaak bij de ouders in.

Vikingen geloofden in leven na de dood.

Daarom werden ze vaak begraven met spullen die ze in het hiernamaals nodig zouden kunnen hebben. Mannen kregen eten, drinken, wapens, sieraden en dieren mee.Vrouwen kregen eten, drinken, potten en pannen, en hun gemaakte borduurwerk mee. Aan de spullen die ze meekregen kon je zien of ze rijk en machtig waren. Erg belangrijke mensen werden in hun schip begraven. Zo is het Osebergschip uit 850 erg bekend. Hierin waren een Koningin en haar slavin begraven. Arme Vikingen kregen een eenvoudig graf, sommige legden stenen in de vorm van een schip op het graf.

Kleding was voor ouderen en kinderen gelijk.

Mannen droegen een strakke wollen broek en een linnen blouse met lange mouw. Daarover een wollen shirt met korte mouw die halverwege het bovenbeen viel. In de winter droegen ze een wollen vest en een grote ruwe mantel die vaak werd vastgespeld met een broche. Schoenen werden gemaakt van dierenhuiden. De vrouwen droegen een lange linnen jurk met daarover een schort. Hun lange haar droegen ze onder een hoofddoek. Zowel de mannen als vrouwen droegen veel sieraden, kinderen niet. De feestkleding was hetzelfde alleen van beter materiaal en in mooiere kleuren. Vikingen schreven bijna niets op. Wetten, belangrijke dingen en verhalen werden van generatie op generatie doorverteld. Ze kenden wel een schrift: RUNEN. Dit schrift had 16 tekens: verticale en schuine strepen die in hout, steen of metaal gekrast werd. Dit schrift was erg verwarrend omdat sommige tekens meerdere betekenissen hadden.

VIKINGEN EN HUN WETGEVING.

Vikingen hadden veel respect voor de wet. Hield je je hier niet aan dan werd je verbannen of vogelvrij verklaard wat betekend dat iedereen je mag doden. Twee keer per jaar werd een Volksvergadering gehouden:THING. Hier werden besluiten genomen, nieuwe wetten bekend gemaakt en er werden rechtszaken behandeld. Thing was een belangrijke gebeurtenis waar iedereen kwam. Er werd veel gefeest, Thing duurde ongeveer een week.In IJsland, die geen Koning hadden, bestuurde de ALTHING het land. Deze kwam inde zomer bijeen op een open plek met hoge rotsen: Thingvellir. De Althing begon altijd op donderdag: dag van Thor, en duurde 2 weken. De rechtbank bestond uit 36 hoofdmannen en een voorzitter: de wetspreker. Deze moest de wetten in het openbaar opzeggen zodat iedereen op de hoogte was.

De Vikingen kenden verschillende klassen:

  • Thrall: slaaf die gebruikt werd voor het werk op de boerderij.
  • Karl: vrije boer, had eigen grond of werkte voor zijn meester.
  • Jarl: plaatselijk leider. Hij regeerde over een bepaald gebied.
  • De Jarl’s hadden vaak gevechten om een bepaald gebied erbij te veroveren.

De Koning van de Vikingen moest een dapper krijgsman zijn om het land te besturen. De koning had altijd een Hird bij zich: geleerde mensen die hem hielpen. Ook een Skald was vaak bij de koning. Een skald stond in hoog aanzien, hij was een dichter en verhalenverteller en wist de avonden gezellig te maken.

EINDE VAN HET VIKINGTIJDPERK

Na 3 eeuwen kwam er een eind aan het Viking-tijdperk. Dit had verschillende oorzaken:

  • Het waren geen plunderaars meer maar handelaars. Dit kwam doordat alle Scandinavische landen bijna tegelijk zich bekeerden tot het Christendom.
  • Toen de Vikingen Normandië kregen moesten ze beloven niet meer te zullen plunderen.
  • De Vikingen kregen meer belangstelling voor handel dan voor oorlog.
  • In 1066 viel Hertog Willem van Normandië Engeland binnen en doodde de Noorse Koning Harald Hardrada De dood van deze Viking is het symbool voor het einde van het Viking-tijdperk. Het vikingtijdperk van de grote rooftochten en strijdhaftige veldslagen was voorbij.

Deze tekst kan vrij gebruikt worden voor bijvoorbeeld een spreekbeurt.